AnatomieInformatief

De fysiologie van de endocriene organen – Deel 1

Inleiding.

 

In dit regulerend systeem van het lichaam onderscheiden we twee componenten:

  • De endocriene regulatie
  • De nerveuze regulatie.

 

De endocriene regulatie maakt gebruik van specifieke stoffen, hormonen, die geproduceerd worden in de endocriene klieren. Hormonen worden direct in de bloedbaan afgegeven, dit in tegenstelling tot de producten van exocriene organen.

  • Hormonen zijn door specifieke cellen geproduceerde stoffen, die diffunderen naar of worden getransporteerd naar andere cellen, van welke cellen de werking wordt beïnvloed.

 

In de nerveuze regulatie worden geen stoffen getransporteerd. Hier zien we een voortschrijdende verandering van een oppervlaktepotentiaal in een zenuw. Aan het eind van de zenuw worden overdrachtsstoffen (transmitters) afgescheiden, die een lokale snelle en kortdurende werking uitoefenen.

 

  • In de endocriene regulatie wordt het effect langzamer bereikt, doch het houdt wel langer aan dan het nerveuze effect.

 

Endocriene reflexen: Waarin de afferente baan nerveus en de efferente baan endocrien is.

Extracellulaire vloeistof volume: (extracellular fluid) Is de lichaamsvloeistof die zich buiten de lichaamscellen bevindt.

Er zijn twee plaatsen waar extracellulaire vloeistof voorkomt:

  • Tussen de cellen; interstitiële vloeistof.
  • In het bloed; intravasculaire (‘binnen de bloedvaten’) vloeistof of bloedplasma.

 

De hormoonproductie dient te worden gereguleerd. In deze regulatie spelen drie componenten;

  • Een humorale
  • Een nerveuze
  • Een genetische component.

 

De humorale regulatie

 

  • De afgifte van een hormoon kan door een ander hormoon worden geremd of bevorderd.

 

De bijnierschors, de genaden (de gonaden?) en de schildklier worden gestimuleerd door de “trope” hormonen uit de adenohypofyse.

  • Bijnierschors: De bijnieren, die onder andere adrenaline produceren, liggen gedeeltelijk bovenop en gedeeltelijk over de nieren heen. Elke klier bestaat uit twee delen: bijnierschors en bijniermerg.
  • De gonaden: De gonaden zijn bij dieren de organen die geslachtscellen vormen. Ze staan ook bekend als geslachtsklieren.
  • De schildklier: De schildklier produceert schildklierhormoon, een hormoon dat belangrijk is voor de regulatie van onze stofwisseling.
  • De adenohypofyse: (hypofysevoorkwab) is het voorste (en grootste) gedeelte van de hypofyse.

 

Belangrijkste afgescheiden hormonen

Hormoon Andere namen Symbool/Symbolen Structuur Afscheidende cellen Doel Effect
Adrenocorticotropisch hormoon Corticotropine ACTH Polypeptide Corticotrofen Bijnier Afscheiding van glucocorticoïden
Bèta-endorfine     Polypeptide Corticotrofen Opioïde receptoren Afremmen van pijn
Thyreoïdstimulerend hormoon Thyreotropine, Thyreotroof hormoon TSH Glycoproteïne Thyreotrofen Schildklier Afscheiding van schildklierhormonen
Follikelstimulerend hormoon FSH Glycoproteïne Gonadotrofen Gonaden Groei van het voortplantingssysteem
Luteïniserend hormoon Lutropine, Interstitiële-cellenstimulerend hormoon LH, ICSH Glycoproteïne Gonadotrofen Gonaden Productie van geslachtshormonen
Groeihormoon Somatotropine, Somatotroop hormoon GH, STH Polypeptide Somatotrofen Lever, vetweefsel Stimuleert de groei en metabolisme van lipide en koolhydraten
Prolactine Lactogeen hormoon PRL Polypeptide lactotrofen en mammotrofen Eierstokken, melkklieren Afscheiding van oestrogeen/progesteron; productie van melk

 

De door de glandotrope hormonen opgewekte hormonen uit de drie genoemde “target glands” (Pars distalis, Pars tuberalis en de pars intermedia) van de adenohypofyse remmen echter weer de afgifte van de hormonen uit de adenohypofyse.

 

Ook kan een “feed back” relatie met een andere stof – niet hormoon – voorkomen (bijvoorbeeld een metaboliet; Metabolieten zijn de tussen- of eindproducten die ontstaan na verwerking van een gegeven stof in een biologisch systeem of levend wezen. Metabolieten zijn onder andere: aminozuren, adenosinetrifosfaat of ATP, glucose, adrenaline, alkaloïden, glycosiden. ).

Zo wordt de afgifte van insuline door de pancreas (alvleesklier) mede gereguleerd door het glucosegehalte van het bloed. Na verhoging  van het bloedglucosegehalte stijgt de afgifte van insuline. Deze verhoogde afgifte heeft weer een daling van het bloedglucosegehalte tot gevolg.

 

Zo is er ook een relatie tussen het calciumgehalte in het plasma en de afscheiding van het paraathormoon (PTH). Een laag plasmacalciumgehalte stimuleert de secretie van PTH. Hypercalciemie heeft weer een daling in de afgifte van PTH tot gevolg.  

 

  • Plasma: In de natuurkunde wordt onder plasma een fase verstaan waarin de deeltjes van een gasvormige stof in meer of mindere mate geïoniseerd. Vaak wordt plasma de vierde aggregatietoestand genoemd, naast vast, vloeibaar en gas.
  • Geïoniseerd: (ionisatie) Een atoom of molecuul dat een lading draagt dat verschillend is van nul, wordt een ion genoemd. Men spreekt van een positief geladen ion of kation, als het een elektron verliest en een negatief geladen ion of anion als het een elektron wint. Dit proces van elektronen verliezen en bijkrijgen wordt ionisatie genoemd.
  • Parathhormoon (PTH): (PTH; Parathormoon, parathyreoïdhormoon of PTH is een hormoon dat bestaat uit 84 aminozuren en wordt geproduceerd door de bijschildklieren. Samen met vitamine D en calcitonine reguleert PTH de concentratie van het calcium in het bloed.)

 

De nerveuze regulatie

 

Door de functionele en anatomische verbondenheid van de hypothalamus en de hypofyse is de mogelijkheid aanwezig dat externe prikkels de hypofyse bereiken en zo hun invloed kunnen uitoefenen op de bovenbeschreven relaties.

Wanneer we stellen dat de hypofyse nerveus gestuurd wordt, is dit slechts voor de neurohypofyse (hypofyseachterkwab) geheel waar. De adenohypofyse wordt gestuurd door de neurosecretieproducten uit de hypothalamus, de zogenaamde “releasers” die door een exclusief portaal bloedvatensysteem de adenohypofyse bereiken.

 

  • Naast “releasing hormones”, die de afgifte van hormonen uit de adenohypofyse bevorderen, kennen we ook stoffen die de afgifte van hormonen door de adenohypofyse remmen. Zo remt het door de hypothalamus afgescheiden “prolactin inhibiting hormone” (PTH) de afgifte van prolactine door de adenohypofyse.
  • De feedback relatie tussen “target glands” en de adenohypofyse verloopt niet alleen direct tussen deze klieren en de hypofyse, doch ook indirect via de hypothalamus.
  • Aangetoond is dat de structuur van het portale bloedvatensysteem het mogelijk maakt dat het bloed in twee richtingen kan stromen.

 

De genetische regulatie

De genetische codering kan de mate van hormoonproductie bepalen.

Zo is de selectie op grootte in feite selectie op de capaciteit om groeihormoon te produceren.

 

Chemische indeling van de hormonen.

Voor wat betreft de chemische samenstelling van de hormonen is een indeling in twee hoofdgroepen mogelijk:

  • Eiwitachtige hormonen of polypeptiden: De bouwstenen zijn de aminozuren. Tot deze groep behoren de hypofyse, de pancreas (alvleesklier), de schildklier en de bijschildklieren. De hormonen van een bijniermerg zijn derivaten van een aminozuur.
    • Derivaat: Met derivaat bedoelt men in de chemie een stof die afgeleid is van een andere stof, de stamverbinding. De afleiding hoeft niet per se in de praktijk ook uitvoerbaar te zijn, ook als het slechts in theorie mogelijk is wordt van derivaat gesproken.
  • De steroïden: Tot deze groep behoren de hormonen van de bijnierschors (corticosteroïden) en de geslachtshormonen.

 

Het hypothalamo-Hypofysaire systeem.

Functionele morfologie.

 

Voor de functionele morfologie van het hypothalamo-hypofysaire systeem wordt hier verwezen naar de collegestof: Zoölogie (1e jaar) en Biologie van de voortplanting (2e jaar).

Het is raadzaam om de collegestof van de volgende onderwerpen en begrippen nog eens na te slaan:

  • De embryologische herkomst van de adeno- en neurohypofyse
  • De anatomie van de hypothalamus, waaronder de nucleus suspraopticus en de nucleus paraventricularis
  • De neurosecretie
  • De “releasing” resp. “inhibiting hormones”
  • Het portale bloedvatensysteem met inbegrip van de primaire plexus in de eminentia mediana, de portale vaten en de secundaire capilaire plexus van het pars distalis van de adenohypofyse.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *