DrukpuntenGrondwerkHulpenLoswerkenTips

Hulpen tijdens het loswerken

Tijdens het loswerken is het wel zo prettig dat je op een fijne manier kunt communiceren. Ik ga het over een paar simpele hulpen hebben die paarden ook bij elkaar gebruiken. Om dit het beste uit te kunnen leggen heb ik mijn lieve Vaka even in drie partjes verdeeld.

Als je je paard in een rondje om je heen wilt laten lopen moet je hem kunnen vertellen dat hij sneller gaat, hetzelfde tempo blijft lopen, en ook dat je hem weer langzamer kunt laten lopen of zelfs helemaal tot stilstand kunt brengen.

Als je je paard op de volte wilt sturen begin je altijd met kijken, wijzen, drijven. Eerst kijk je waar je je paard naartoe wilt hebben, vervolgens wijs je ook in die richting. Het is belangrijk dat je tussen deze en de volgende stap een paar tellen houdt, door te wijzen vraag je hem namelijk eerst of hij die kant op wil. In het begin snapt hij deze hulp waarschijnlijk nog niet, maar als je dit vaker oefent heeft hij het snel genoeg door. Na die paar tellen mag je gaan drijven met je andere hand.

Let erop dat je tijdens het op de volte sturen van je paard niet van je plek af gaat. Bij deze oefening is het juist de bedoeling dat je paard zijn voeten beweegt en jij niet! Om dit te controleren kun je even het halstertouw in een cirkel om je heen leggen, probeer er niet uit te stappen! Blijf je je veel verplaatsen of merk je dat je heel erg geneigd bent om dit te doen? Waarschijnlijk wil je heel graag je paard ondersteunen in wat hij aan het doen is en wil je niet dat het fout gaat. Of hij is moeilijk van zijn plek te krijgen, die paard heb je ook natuurlijk. Om heel eerlijk te zijn wordt je paard er een beetje lui van als je hem altijd wilt helpen tijdens de oefeningen. Probeer je paard eens zelf na te laten denken over wat jij hem vraagt, het mooiste is dat je uiteindelijk vragen van hem terug zult krijgen. Doe ik het nu goed? Is dit wat je bedoeld? En dán begint de communicatie!

Loopt je paard eenmaal op de volte? Dat komt het paard in partjes erbij. Je kunt het paard namelijk in drie stukken verdelen. De eerste is de rode lijn op de borst. Als je voor deze lijn gaat staan stopt het paard. Bij gevoelige paarden heb je aan een hand genoeg, en bij hele gevoelige paarden is eigenlijk één vinger al te veel. Begin altijd met een iets grotere hulp, om vervolgens telkens minder te hoeven doen.

Dan hebben we ook nog de groene lijn, deze bevindt zich net voor de lies. Als je schuin achter deze lijn gaat lopen stap je eigenlijk op het gaspedaal van je paard. Terwijl je dit doet kun je in het begin ook je drijf hand gebruiken om hem iets meer aan te moedigen.

Blijf je gewoon in het midden staan en kijk je naar de buik? Als het goed is blijft je paard dan in hetzelfde tempo lopen.

Op deze manier werk je met lichaamstaal die het paard begrijpt. Veel paarden vinden het ook erg prettig als je zachtjes stemhulpen gebruikt. “Let op (naam paard) en stap”. En natuurlijk hooooo of whoooo. Probeer dit ook vanuit je buik te doen en uit te ademen terwijl je deze woorden uitspreekt.

Kijk naar je paard, probeer open te staan voor zijn vragen, maar ook als hij het moeilijk vindt. Luister naar hem, vertel hem dat hij het goed doet maar beleef vooral veel plezier samen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *