HulpenPaardrijden

De 6 Sleutels van het Paardrijden

Tijdens het rijden is er natuurlijk al heel veel om aan te denken. Toch zijn er zes belangrijke stappen tijdens het opleiden van een paard. Het maakt niet uit of je dressuur, western of recreatief rijdt. Deze dingen zou je aan elk paard moeten leren.

Voordat we naar nummer 1, de takt, gaan wil ik eigenlijk zeggen dat er nog een punt 0 voor staat. Dit is namelijk balans van de ruiter. Als jij als ruiter niet recht kunt zetten of goed in staat bent om te voelen wat het paard onder je doet wordt het veel lastiger om dit over te brengen. Mocht dat zo zijn dat is het verstandig om les te nemen en je hierin te laten begeleiden.

 

  1. Takt
  2. Losgelassenheit (ontspanning)
  3. Aanleuning
  4. Rechtrichten
  5. Schwung
  6. Verzameling

 

De takt

De takt is echt een “hoofdvoorwaarde” die goed moet gaan voordat je ook maar heel even denkt iets anders te gaan doen. In stap moet er je een goede viertakt horen en gelijkmatig bewegen. Je voelt dat je bekken iets van voor naar achteren schommelt. Je benen schommelen een klein beetje, en als je heel goed voelt, dan gaat het hoofd van het paard ook telkens iets naar voren en weer terug. Het is belangrijk dat je dit ook met je handen volgt. Als je in de stap naar links en naar rechts gaat kan het zijn dat je paard zijn achterbenen meer onder de massa zet, dit is dus niet zoals het hoort. Ook als je ergens een onregelmatigheid voelt is het goed om dit eerst te onderzoeken.

In de draf voel je een tweetakt, tijdens deze gang is er ook een zweefmoment, waardoor je iets uit het zadel komt. Als je het gevoel hebt dat je eraf glijdt of te hoog uit het zadel wordt gegooid is het belangrijk om eerst je zit weer beter te oefenen. Probeer ook op beide handen te rijden en daarbij zowel licht te rijden als door te zitten. Hierdoor voel je soms ook al een sterke voorkeur van de kant (bijvoorbeeld links- of rechtsom) van je paard.

Dit is niet erg, maar goed om te onthouden.

 

De galop is een drietakt met een zweefmoment. 1 Voorbeen komt verder naar voren (dit is dan ook de galop waarin het paard zit), daarna volgt het diagonale benen paar dat bijna tegelijk op de grond neerkomt. Vervolgens zet het andere achterbeen af waarna het paard helemaal los is van de grond. Bij de galop is het belangrijk dat het paard op beide kanten aan kan springen, eerst alleen in de bochten van de bak. Terwijl je aan het galopperen bent voel je dat je heupen een klein beetje naar binnen glijden en weer terug, als je in de goede galop zit tenminste, anders voelt het héél anders! Tijdens de galop wordt er veel gevraagd van de rug- en buikspieren van het paard. Houd er rekening meer dat als je paard geen goede conditie heeft, je dit niet te lang van hem, vraagt.

 

Losgelassenheit – Ontspanning

Ontspanning van het paard zou eigenlijk op een gedeelde eerste plaats met de takt moeten staan. Het kan namelijk zo zijn dat je paard niet goed draaft omdat hij veel spanning in zijn rug heeft. Probeer ook altijd verschillende dingen op de grond uit, kijk goed hoe je paard loopt als je hem eens los in de bak laat rennen. Draaft hij dan regelmatig? Springt hij in de goede galop aan? Hoe is zijn verticale balans (dus valt hij erg naar binnen in de bocht)?

Probeer overal op te letten en hier vervolgens rekening meer te houden onder het zadel.

De meningen zijn erover verdeeld welke kant je meer moet vragen: de moeilijke of de makkelijke kant van het paard. Sommige mensen zeggen: ‘Als je de moeilijke kant vaker traint dan gaan die spieren sneller werken zoals ze moeten doen.’ Ik ben van mening dat je eigenlijk de kanten evenveel zou moeten oefenen. Maar het verschilt per situatie, stel dat het echt een spierenkwestie is, dan heb je er baat bij om het vaker aan de moeilijke kant te oefenen. Maar stel dat je paard de oefening of de hulpen nog niet goed begrijpt? Dan kun je het beter aan de makkelijke kant oefenen. Op deze manier krijgt het paard meer vertrouwen in zichzelf en de oefening en zal hij het aan de andere kant ook beter snappen.

Waar het op neer komt: Ontspanning is minstens zo belangrijk als de takt, een gedeelde eerste plaats!

 

Aanleuning

Ook hier moet ik eigenlijk toegeven dat aanleuning en rechtrichten op een gedeelde tweede plaats moeten komen te staan (of derde plaats, ik ben de tel kwijt ;-)).

Om een paard recht te kunnen richten moet hij goed aan de hulpen staan en dus een redelijk goede aanleuning hebben. Maar om een correcte aanleuning te verkrijgen moet het paard ook al een beetje recht zijn.

Goed, voor een goede aanleuning is het belangrijk dat het paard ontspannen is zoals we hiervoor hebben besproken. Vaak wordt er bij aanleuning alleen aan een hoofdhouding gedacht. Aan de teugel lopen is echter een gevolg van goede aanleuning. Het begint namelijk allemaal bij de achterhand. Deze moet actief ondertreden en de energie doorgeven door de rug- en buikspieren. Doordat deze impuls goed doorstroomt en geen blokkades tegenkomt (rechtrichten) kan het paard zijn buikspieren aanspannen en zijn rug omhoog brengen om de ruiter en zichzelf goed te dragen. Als deze handelingen samen zorgen ervoor dat deze energie uiteindelijk door de hals bij het bit (of bitloos hoofdstel) en dus bij jouw hand uitkomt. Hierdoor ontstaat aanleuning.

 

Zo hoort het er dus niet uit te zien!

 

Rechtrichten

Het paard heeft twee lange rugspieren aan weerszijden van zijn ruggengraat lopen. Vanaf de geboorte is de ene langer en dunner, en de andere korter en dikker. Door het paard recht te richten ga je proberen om de korte rugspier wat soepeler te maken en de lange rugspier wat sterker. Wat je vaak ziet bij paarden waarbij dit erg ongelijk is, is dat ze het lastig vinden om voorwaarts neerwaarts in verschillende gangen te lopen.

Rechtrichten doe je niet, zoals de naam doet vermoeden, door op een recht pad wat te stappen en draven. Tijdens het rechtrichten ga je allemaal buigingen en stretches vragen van je paard. Sommige in beweging en andere terwijl het paard stilstaat.

Het paard is eigenlijk niet gebouwd om een mens te dragen, dan had hij nog twee extra benen midden onder zijn buik moeten hebben. Daarom ben je het (naar mijn mening) aan je paard verplicht om hem te leren hoe hij jou moet dragen en hoe hij zijn lichaam het beste kan gebruiken.

 

Schwung

Als je alle voorgaande stappen goed hebt doorlopen wordt het paard lichter in de hand en hij reageert beter op de hulpen. Hij kan zijn gewicht wat meer naar de achterhand verplaatsen en jullie kunnen op een harmonieuze manier oefeningen uitvoeren.

Beetje bij beetje zie je het paard zijn voorhand meer omhoog brengen en losser worden in zijn beweging. Dan ontstaat er Schwung, dit is eigenlijk een soort van dansen. Het ene paard doet dit van nature al meer dan het andere.

 

Verzameling

Dan zijn we bij het laatste punt aangekomen: verzameling. Hierin combineer je alle bovenstaande sleutels van het rijden. Het paard heeft een goede takt in elke gang, hij is ontspannen en wil graag voor je werken. Hij heeft een goede aanleuning, genoeg stuwing vanuit de achterhand en is rechtgericht. Het paard beweegt lichtvoetig alsof het geen gewicht hoeft te dragen en danst de bak door. Dan ben je toe aan de hogere stappen die meer verzameling nodig hebben. Je kunt telkens meer gewicht op de achterhand verplaatsen. Zo kun je het paard bijvoorbeeld de schoolhalt leren, dan heeft hij zoveel gewicht op de achterhand dat 1 van zijn voorbenen los van de grond komt. Nog een stapje verder is ‘de Levade’. Hierbij zijn beide voorbenen van de grond en draagt het paard met een correcte houding al zijn gewicht op de achterhand.

 

Waar het om gaat tijdens het trainen van een paard is natuurlijk een harmonieuze samenwerking. Het moet voor beide partijen leuk zijn, dit is dan ook het streven tijdens het rijden.

Ik wens jullie allemaal veel plezier met oefenen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *